Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.
Uitgaande van een bevestigende beantwoording van de eerste prejudiciële vraag, is de andere ouder, in dit geval de moeder, als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv bevoegd om in het principaal appel van de vader een verweerschrift in te dienen (art. 361 lid 3 Rv). Belanghebbenden kunnen ondanks het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn en ondanks berusting in de beschikking bij verweerschrift alsnog incidenteel appel instellen (358 lid 5 Rv jo art. 798 Rv). Dit is mogelijk tot de aanvang van de mondelinge behandeling of, indien de rechter dit toestaat, in de loop van de behandeling, mits dit geen strijd oplevert met de goede procesorde (art. 282 lid 1 Rv jo. art. 362 Rv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 154096 tot 154929.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45 | shasum -a 256