Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.

Het antwoord op de tweede prejudiciële vraag luidt dan ook dat indien de andere ouder als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv moet worden aangemerkt, hij of zij na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn in beginsel kan worden ontvangen in zijn of haar incidenteel appel tegen de beëindiging van haar gezag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 158044 tot 158380.