Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.

Art. 8 EVRM oefent invloed uit op de onderhavige kwestie omdat uit de rechtspraak van het EHRM voortvloeit dat beide ouders bij het besluitvormingsproces over ingrijpende maatregelen als gezagsbeëindiging moeten worden betrokken, aangenomen dat deze ouders family life hebben met het kind. Mocht geen sprake zijn van family life tussen ouder en kind – dat kan zich voordoen bij de biologische vader (zie onder 2.53-2.55) – dan kan dat reden zijn om die ouder niet als belanghebbende aan te merken en die ouder niet in het besluitvormingsproces te betrekken. In dat geval kan de vader zich mogelijk wel beroepen op de bescherming van zijn private life , dat eveneens onder de bescherming van art. 8 EVRM valt (zie onder 2.56). Ook dat kan reden zijn om de vader in de procedure aan te merken als belanghebbende. Overigens staat in de onderhavige zaak niet ter discussie dat beide ouders family life hebben met [de zoon].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 161362 tot 162452.