Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.
De door internationale verdragen , zoals het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het Verdrag van New York inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BUPO-Verdrag), beschermde rechten , voorzover daarop door een burger rechtstreeks beroep kan worden gedaan, worden tot de in artikel 798 lid 1 bedoelde rechten en verplichtingen gerekend. Iemand die stelt in een relatie te staan die als “family life/vie familiale” in de zin van artikel 8 EVRM kan worden gekwalificeerd, en die daarom bij voorbeeld een omgangsregeling verzoekt, zal als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Wel is het zo dat bij voorbeeld een grootouder die omgang met het kleinkind wil, zich niet in de omgangszaak die tussen de ouders met betrekking tot hetzelfde kind speelt, kan opwerpen als belanghebbende tot omgang met het kind. In de omgangszaak tussen de ouders geldt de grootouder niet als iemand op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 29056 tot 30406.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45 | shasum -a 256