Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:113.
In de bestuursrechtelijke rechtspraak is het belanghebbenden-begrip van de Awb nader ingevuld. In de eerste plaats moet sprake zijn van een eigen belang . Het eigen belang dient daarnaast objectief bepaalbaar en actueel te zijn. Ook moet sprake zijn van een persoonlij k (of individueel) belang. Een persoon wiens belang niet duidelijk valt te onderscheiden van dat van anderen, heeft geen rechtstreeks bij een besluit betrokken belang. Ten slotte moet het belang waarop iemand zich beroept door het besluit rechtstreeks worden geraakt. Een ‘ afgeleid belang ’ is in beginsel onvoldoende om iemand als belanghebbende bij een besluit aan te merken. Zo is een werknemer in beginsel niet belanghebbende bij een besluit dat tot diens werkgever is gericht. Het begrip ‘rechtstreeks belang’ wordt in het kader van de Awb dus vooral tegen een ‘afgeleid belang’ geplaatst. In de loop der jaren is het ‘afgeleid belang’-criterium in de bestuursrechtspraak enigszins gerelativeerd. De relativering houdt in dat degene met een ‘afgeleid belang’ toch als belanghebbende wordt aangemerkt op de grond dat hij in een zwaarwegend belang is getroffen, zoals een aan het EVRM ontleend fundamenteel recht of eigendomsbelangen. Zo is een vreemdeling belanghebbende bij het besluit tot afwijzing van een door de werkgever ten behoeve van hem gedane aanvraag van een tewerkstellingsvergunning. Waar aanvankelijk werd geoordeeld dat de vreemdeling hierin een afgeleid belang had en niet als belanghebbende kon worden aangemerkt, wordt thans – onder invloed van rechtspraak van het EHRM – geoordeeld dat de vreemdeling wel als belanghebbende behoort te worden aangemerkt. Verder werd T-Mobile aangemerkt als belanghebbende in een zaak over een bouwvergunning voor een zendmast, omdat zij als toekomstig huurster van een zendmast weliswaar een afgeleid belang heeft, maar toch belanghebbende is omdat zij wordt getroffen in een aan art. 10 lid 1 EVRM ontleend fundamenteel recht. Verder is het thans vaste rechtspraak dat van een ‘afgeleid belang’ geen sprake is bij tegengestelde belangen. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als de eigenaar van een pand een vergunning aanvraagt voor de sloop van dat pand, terwijl de huurder daar tegen is. De huurder zal in dat geval dus wel een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45, en de alinea staat in dat document op bytes 35360 tot 38487.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8c5607f20d53b0d2f5b47551ad7f5b2b3750226fe0309a11a6f0b6b6b722a45 | shasum -a 256