Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2018

Onder 3.12. Parket bij de Hoge Raad 20 september 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1139.

Die enigszins verzwaarde motiveringsplicht voor de rechter bij afwijzing van een beroep op matiging van de bestuurder hangt mijns inziens ook samen met de reden waarom het matigingsrecht is ingevoerd. In de opzet van art. 2:248 BW, die uitgaat van een in beginsel zware hoofdelijke aansprakelijkheid voor het boedeltekort, vormt het matigingsrecht van lid 4 van het artikel een essentieel element. In de rechtspraak van de Hoge Raad wordt het matigingsrecht beschouwd als “waarborg tegen onredelijke consequenties” van de aansprakelijkheid op grond van art. 2:248 BW. In de parlementaire stukken lees ik over de achtergrond van het matigingsrecht:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cae1f4e53b1f7843b19890d0871f674fef6df7756c9105c641b2e58f17486731. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cae1f4e53b1f7843b19890d0871f674fef6df7756c9105c641b2e58f17486731, en de alinea staat in dat document op bytes 68824 tot 69616.