Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2018

Onder 3.16. Parket bij de Hoge Raad 20 september 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1139.

Subonderdeel 1.4 klaagt dat het hof heeft miskend dat voor het oordeel kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van art. 2:248 BW vereist is dat de bestuurder heeft gehandeld met de (objectieve) wetenschap dat schuldeisers van de vennootschap zullen worden benadeeld, althans dat de afwezigheid van die objectieve wetenschap een van de omstandigheden is waaruit kan volgen dat geen sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling. Het subonderdeel klaagt voorts dat [eiser] heeft gesteld dat hij schuldeisers juist heeft willen beschermen tegen het door de vennootschap verder aangaan en/of verder oplopen van onverhaalbare schulden. Het subonderdeel klaagt dat het hof onvoldoende kenbaar op deze stellingen van [eiser] is ingegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cae1f4e53b1f7843b19890d0871f674fef6df7756c9105c641b2e58f17486731. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cae1f4e53b1f7843b19890d0871f674fef6df7756c9105c641b2e58f17486731, en de alinea staat in dat document op bytes 77979 tot 78853.