Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2018

Onder 3.8.2. Parket bij de Hoge Raad 20 september 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1139.

De grief faalt. Artikel 47 Fw vereist dat degene die de betaling van een opeisbare schuld ontving ( [eiser] ), op dat moment wist dat het faillissement was aangevraagd. Nu [eiser] het faillissement zelf heeft aangevraagd, staat daarmee die wetenschap vast. Artikel 47 Fw vereist geen wetenschap van het doen van of het ontvangen van de betaling op het moment dat het faillissement wordt aangevraagd. Nu de curator is geslaagd in zijn bewijs van de stelling dat [eiser] wist van de aanvraag van het faillissement op het moment dat hij de betaling ontving staat daarmee de kwade trouw van [eiser] vast. Artikel 47 Fw kent niet de mogelijkheid voor het leveren van tegenbewijs door de ontvanger van de betaling.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cae1f4e53b1f7843b19890d0871f674fef6df7756c9105c641b2e58f17486731. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cae1f4e53b1f7843b19890d0871f674fef6df7756c9105c641b2e58f17486731, en de alinea staat in dat document op bytes 35187 tot 35911.