Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1141.
Onderdeel III klaagt voorts dat de man geen erkenning als door het hof bedoeld heeft gedaan. Ook deze klacht treft geen doel. Het betreft hier een aan het hof voorbehouden vaststelling, die in het licht van de gedingstukken niet onbegrijpelijk is. Zo heeft de man ter comparitie in eerste aanleg erkend dat de resultaten gekelderd zijn “omdat ik er alleen voor sta” en dat hij de facturenadministratie “uit handen” zal geven, als hij het bedrijf krijgt. Meer in algemene zin blijkt uit het dossier en het verslag van de mondelinge behandeling in eerste en tweede aanleg genoegzaam dat de man (ook naar eigen zeggen) meer affiniteit heeft met de inhoudelijke kant van het bedrijf dan met de door het hof noodzakelijk geachte administratieve en acquisitieve werkzaamheden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a0f08fc5e69d07d8cb1d3a2962068e015eff8879791b71dc678d7b2df43ee40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a0f08fc5e69d07d8cb1d3a2962068e015eff8879791b71dc678d7b2df43ee40, en de alinea staat in dat document op bytes 13318 tot 14224.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a0f08fc5e69d07d8cb1d3a2962068e015eff8879791b71dc678d7b2df43ee40 | shasum -a 256