Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1152.
Het hof oordeelt allereerst dat er voldoende aanleiding was om een onderzoek door een onafhankelijke derde te laten uitvoeren naar de gemelde misstand van [verweerster] en dat tegen de achtergrond van de gemelde arbeidsongeschiktheid, het onderzoek door [A B.V.] en de wens om hoor en wederhoor te betrachten, is voldaan aan het vereiste van onverwijldheid (rov. 2.6-2.10). Het hof overweegt verder dat de inhoud van de ontslagbrief bepalend is voor de vraag welke grond Mondriaan voor het ontslag aanvoert en dat – anders dan [verweerster] meent – verduistering niet aan het ontslag ten grondslag is gelegd (rov. 2.11). Voldoende is aangetoond dat [verweerster] contante bedragen onder zich heeft gehad, die Mondriaan toekwamen en dat van die bedragen, niet, althans niet van alle bedragen, kan worden vastgesteld waar zij zijn gebleven of waaraan zij zijn besteed (rov. 2.12-2.15). Omdat het toezicht op de administratie van de contante geldstromen niet deugdelijk was, overweegt het hof dat vooralsnog niet kan worden aangenomen dat bedragen zijn verdwenen in de orde van grootte als door [A B.V.] is berekend (rov. 2.15).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d672fbab94c899d8eb57694e56c88b64ee56fa1cfedcd59b4049b4565c164a78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d672fbab94c899d8eb57694e56c88b64ee56fa1cfedcd59b4049b4565c164a78, en de alinea staat in dat document op bytes 29986 tot 31129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d672fbab94c899d8eb57694e56c88b64ee56fa1cfedcd59b4049b4565c164a78 | shasum -a 256