Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1152.

1) [verweerster] heeft, in eerste instantie zelf en vervolgens door tussenkomst van haar advocaat, wel degelijk een reactie gegeven op de vraag wat er is gebeurd met het contant geld uit de afdelingswinkels. Zij heeft bij het gesprek op 10 januari 2017 namelijk verklaard dat zij “ het merendeel van de bedragen wel degelijk heeft afgedragen aan de [centrale] kas.” Hier valt de erkenning in te lezen dat zij gelden uit de afdelingswinkels ontving, omdat er anders niets viel af te dragen. In de e-mail van haar advocaat van 10 maart 2017 staat: “Zij heeft de gelden bij de centrale kas afgestort ”. In hoger beroep wordt namens [verweerster] gesteld, naar aanleiding van de overweging van de kantonrechter dat iedere maandag per afdeling een bedrag boven de € 50,00 aan haar werd overhandigd: “ kan zich dat niet meer herinneren”. Dat laatste lijkt moeilijk te verenigen met [verweerster] ’s eerdere verklaring dat zij ontvangen gelden had afgestort. Ondanks de medische beperkingen waarmee [verweerster] zich geconfronteerd zag, hebben deze verklaringen harerzijds, zeker in combinatie met de op dit punt eensluidende verklaringen van de gehoorde medewerkers, bij Mondriaan het onderbouwd vermoeden kunnen doen postvatten dat [verweerster] wel de gelden van de medewerkers had ontvangen, maar heeft nagelaten die (althans de meeste daarvan) in de Centrale Kas te storten. Vandaar de noodzaak dat zij daarvoor een verklaring gaf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d672fbab94c899d8eb57694e56c88b64ee56fa1cfedcd59b4049b4565c164a78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d672fbab94c899d8eb57694e56c88b64ee56fa1cfedcd59b4049b4565c164a78, en de alinea staat in dat document op bytes 44738 tot 46492.