Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1152.

In haar verweer tegen subonderdeel a. merkt [verweerster] op dat de klacht uitgaat van een onjuiste lezing van wat het hof heeft beslist. Het hof heeft volgens haar niet geoordeeld dat er voor Mondriaan beperkingen op het punt van achteraf verkregen bewijs gelden, maar dat in dit geval het achterwege laten van onderzoek naar de ingeroepen medische beperkingen het rechtvaardigt om geen dringende reden aan te nemen. M.i. is Mondriaan niet van een andere lezing uitgegaan. Het oordeel van het hof leidt ertoe dat Mondriaan, zoals zij in cassatie stelt, op het moment waarop zij het ontslag gaf volledige zekerheid moest hebben dat de door haar aangevoerde ontslaggrond “daadwerkelijk bestond”, met als gevolg dat het niet mogelijk is om nadien alsnog daarover zekerheid te verkrijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d672fbab94c899d8eb57694e56c88b64ee56fa1cfedcd59b4049b4565c164a78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d672fbab94c899d8eb57694e56c88b64ee56fa1cfedcd59b4049b4565c164a78, en de alinea staat in dat document op bytes 56241 tot 57108.