Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1155.

Onderdeel 1 neemt – evenals de rechter-commissaris – tot uitgangspunt dat de wetgever met artikel 485a lid 2 Rv heeft beoogd dat een schuldeiser als bedoeld in artikel 482 lid 2 Rv die de daar bedoelde termijn niet in acht heeft genomen, in een later stadium alsnog zijn vordering kan aanmelden als ook voldaan wordt aan de overige vereisten van dat artikel. Geklaagd wordt echter dat de rechter-commissaris heeft miskend dat artikel 485a lid 2 Rv er (slechts) is voor de schuldeiser vermeld in artikel 482 lid 2 Rv die nog helemaal geen vorderingen bij de rechter-commissaris heeft aangemeld. De rechter-commissaris zou er ten onrechte van uitgaan dat (de wetgever bedoeld heeft dat) ook een schuldeiser als KBC, die al andere vorderingen bij de rechter-commissaris heeft aangemeld, in de gelegenheid kan worden gesteld om de door haar eerder aangemelde vorderingen aan te vullen met een of meer vorderingen nadat de termijn van artikel 482 lid 2 Rv is verstreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a28d2cb504dc2b198fc0320a13b0a939ad3df0ace295daee1befe8da10a34c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a28d2cb504dc2b198fc0320a13b0a939ad3df0ace295daee1befe8da10a34c4, en de alinea staat in dat document op bytes 27421 tot 28522.