Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1155.

Jansen betoogde dat de wet in artikel 485a lid 2 de mogelijkheid opent dat de (mede)beslaglegger of de beperkt gerechtigde die niet binnen de in artikel 482 lid 2 gestelde termijn zijn vordering heeft ingediend of niet op de door de rechter-commissaris bepaalde zitting is verschenen om de staat van verdeling tegen te spreken, dit een of ander alsnog kan doen, mits hij daarbij een (aan te tonen) redelijk belang heeft en een door de rechter-commissaris te bepalen voorschot op de door zijn tardiviteit noodzakelijk gemaakte kosten betaalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a28d2cb504dc2b198fc0320a13b0a939ad3df0ace295daee1befe8da10a34c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a28d2cb504dc2b198fc0320a13b0a939ad3df0ace295daee1befe8da10a34c4, en de alinea staat in dat document op bytes 39388 tot 40076.