Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2018

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1176.

Het is voor [eiseres] niet eenvoudig gebleken om aan te tonen dat hij schade heeft geleden door de eerste opzegging. [eiseres] heeft in feitelijke instanties en ook in cassatie zijn geld gezet op het aantonen van causaal verband tussen de eerste opzegging en de uiteindelijke beëindiging van zijn bedrijf en de daardoor geleden stakingsschade. Rechtbank en hof hebben dit betoog verworpen. Net zo min als voor rechtbank en hof is voor mij aannemelijk geworden dat de definitieve, rechtsgeldige, beëindiging van de overeenkomst door [verweerster] een gevolg is van (een vertrouwensbreuk die is ontstaan door) de eerste opzegging. Er is dan ook, anders dan [eiseres] heeft aangevoerd, geen reden om de tweede opzegging ‘weg te denken’. Anders dan de rechtbank heeft het hof geoordeeld dat evenmin sprake is van tijdelijke schade in de vorm van een daling in het aantal verkochte auto’s als gevolg van de eerste opzegging. Ook dat oordeel van het hof kan ik goed volgen en lijkt me adequaat gemotiveerd. Ik zal dit alles hierna nader toelichten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c666c3465aa39e4c69dad142547ce1e8a1468dff51a27834b8f274a438527b9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c666c3465aa39e4c69dad142547ce1e8a1468dff51a27834b8f274a438527b9d, en de alinea staat in dat document op bytes 58875 tot 59938.