Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2018

Onder 7.4.2. Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:118.

De herzieningsgrond van art. 457 lid 1 sub c is op 1 oktober 2012 in werking getreden en heeft de daarvoor geldende grond “eenige omstandigheid die bij het onderzoek ter terechtzitting niet was gebleken” vervangen door “een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was”. Daarmee is tot uitdrukking gebracht dat het novum zowel uit een feitelijke nieuwe omstandigheid kan bestaan als uit een ander gegeven. Waaruit dat andere gegeven moet bestaan, wordt niet precies gedefinieerd. In de parlementaire behandeling wordt steeds gerefereerd aan nieuwe deskundigeninzichten over al bekende feiten, hetgeen gelet op de aanleiding voor de verruiming van het novum, namelijk de deskundigenverklaringen in de Puttense moordzaak en de zaak van Lucia de B, ook wel begrijpelijk is. Over de verruiming van het novum wordt in de Memorie van Toelichting het volgende opgemerkt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de8a2594fe7991828eb9b8c1090489459ff60f43d94a14aa3ce2edcd9754ab55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de8a2594fe7991828eb9b8c1090489459ff60f43d94a14aa3ce2edcd9754ab55, en de alinea staat in dat document op bytes 92390 tot 93311.