Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2018

Onder 5.1. Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:118.

De aanleiding voor de herzieningsaanvraag is de uitspraak van het HvJEU van 10 juli 2014 in de zaken Markus D. en G. waarin het HvJEU een prejudiciële vraag van het Duitse Bundesgerichtshof over de uitleg van het begrip ‘geneesmiddel’ in art. 1 onder punt 2 van de Geneesmiddelenrichtlijn in relatie tot synthetische genotsmiddelen heeft beantwoord. In deze zaak ging het om de vraag of zakjes aromatische planten waaraan synthetische cannabinoїden zijn toegevoegd, zijn aan te merken als geneesmiddelen. De inhoud van de zakjes werd gebruikt als vervangmiddel van marihuana. Uit de uitspraak van het HvJEU kan worden afgeleid dat het hof ’s-Hertogenbosch in zijn arrest van 6 oktober 2009 een onjuiste betekenis heeft gegeven aan het begrip ‘geneesmiddel’ zoals omschreven in de Geneesmiddelenrichtlijn en het daarop gebaseerde art. 2 lid 3 van de (destijds geldende) Wet op de geneesmiddelenvoorziening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de8a2594fe7991828eb9b8c1090489459ff60f43d94a14aa3ce2edcd9754ab55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de8a2594fe7991828eb9b8c1090489459ff60f43d94a14aa3ce2edcd9754ab55, en de alinea staat in dat document op bytes 32901 tot 33959.