Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1189.
Subonderdeel 1.1 neemt tot uitgangspunt dat [verweerster] ter comparitie bij het hof over de rechtstreekse betaling inderdaad heeft gesteld dat zij en [eiser] ‘hebben besloten om dat zo te laten. (…) Want dan hoefde ik daar geen belasting over te betalen.’ Dit volgt ook uit het proces-verbaal (zie hiervoor randnummer 1.11, tweede tekstblok). Het subonderdeel betoogt dat [eiser] deze stelling gemotiveerd heeft betwist. Door de genoemde stelling als vaststaand aan te nemen, zou het hof art. 149 lid 1 Rv hebben miskend en voorbij zijn gegaan aan essentiële stellingen van [eiser] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eea2db382e0725f34d5518773d35e2bda6082a9191143db6b1ac2a80e386a963. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eea2db382e0725f34d5518773d35e2bda6082a9191143db6b1ac2a80e386a963, en de alinea staat in dat document op bytes 25825 tot 26513.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eea2db382e0725f34d5518773d35e2bda6082a9191143db6b1ac2a80e386a963 | shasum -a 256