Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1189.

“Op zichzelf terecht betogen de onderdelen dat tegen een zodanig oordeel de mogelijkheid van tegenbewijs openstaat. De juistheid van dit betoog kan M. echter niet baten omdat, anders dan de onderdelen aanvoeren, door hem geen algemeen (laat staan een op het vorenstaande toegespitst) bewijsaanbod is gedaan. De memorie van grieven bevat op de door de onderdelen aangehaalde plaats immers slechts de volgende passage: “Zonder onverplicht een bewijslast op zich te nemen, biedt M. bewijs aan. M. biedt bewijs aan van de omvang van zijn schade. Daartoe wil M. als getuigen doen horen: M. (…) alsmede zijn boekhouder. Ook biedt M. aan om nadere stukken in het geding te brengen om daarmee de schade aan te tonen”. Het oordeel van het hof dat M. (aldus) alleen bewijs heeft aangeboden van de omvang van zijn schade, maar geen (tegen)bewijs heeft aangeboden wat betreft het hier bedoelde opzet tot misleiding van de verzekeraar, berust op uitleg van de gedingstukken en is alleszins begrijpelijk.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eea2db382e0725f34d5518773d35e2bda6082a9191143db6b1ac2a80e386a963. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eea2db382e0725f34d5518773d35e2bda6082a9191143db6b1ac2a80e386a963, en de alinea staat in dat document op bytes 36913 tot 37928.