Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2018
Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 6 november 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1211.
Ik beoordeel allereerst de (impliciete) klacht in cassatie dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat door de verdachte ‘een bepaald feit’ is tenlastegelegd in de zin van art. 261 Sr. Blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft het hof vastgesteld dat de verdachte op Facebook een bericht heeft gedeeld met vierhonderd vrienden, welk bericht begon met de naam “IRIS” en de tekst “HERR'oplichter'ass'MAAMI” en daaronder een uitspraak van een strafzaak tegen een 21-jarige vrouw uit Hoogeveen weergaf. Het hof heeft voorts vastgesteld dat de aangeefster [betrokkene 1] als verdachte bij deze rechtszaak was betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/288eef7650409fbbf7b1dee07723bb2a1bed7180c75d411443d3dbe611e4807b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 288eef7650409fbbf7b1dee07723bb2a1bed7180c75d411443d3dbe611e4807b, en de alinea staat in dat document op bytes 14853 tot 15555.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/288eef7650409fbbf7b1dee07723bb2a1bed7180c75d411443d3dbe611e4807b | shasum -a 256