Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2018

Onder 3.8. Parket bij de Hoge Raad 6 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1211.

“Nu zou men kunnen opmerken dat degene die een ander van oplichterij beschuldigt, daarmee te kennen geeft over aanwijzingen te beschikken dat de beschuldigde zulke strafbare feiten inderdaad heeft begaan. In het dagelijks taalgebruik heeft de mededeling “hij is een oplichter” nauwelijks een andere betekenis dan “hij heeft mensen opgelicht”. Dat is in deze context van belang. De eis van voldoende bepaaldheid in de als smaad aan te merken beschuldiging staat immers in verband met de vraag of degene die de beschuldiging onder ogen krijgt daaruit zal kunnen opmaken dat de beschuldigde zich daadwerkelijk ernstig heeft misdragen, en de alledaagse betekenis van woorden moet uitwijzen of die indruk kan ontstaan. “Hij is een oplichter” zal spoedig aldus worden begrepen dat degene die de mededeling doet meent te weten dat de beschuldigde in het verleden oplichtingshandelingen heeft verricht. De grens tussen het (niet als strafbare smaad aan te merken) aan iemand toedichten van een kwalijke instelling en het (indien overigens is voldaan aan de in art. 261 Sr besloten eisen wel strafbare smaad opleverende) suggereren dat iemand zich in het verleden aan bepaalde misdragingen heeft bezondigd kan naar mijn inzicht een betrekkelijk vage blijken te zijn.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/288eef7650409fbbf7b1dee07723bb2a1bed7180c75d411443d3dbe611e4807b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 288eef7650409fbbf7b1dee07723bb2a1bed7180c75d411443d3dbe611e4807b, en de alinea staat in dat document op bytes 17919 tot 19270.