Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018
Onder 4.8 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1215.
De (...) toevoeging aan art. 11c, eerste lid, van onderdeel c strekt ertoe oneigenlijke handelingen met betrekking tot pensioenaanspraken die zijn verzekerd bij een eigen pensioenlichaam of een werkmaatschappij tegen te gaan. Hiermee wordt bewerkstelligd dat ingeval een directeur-grootaandeelhouder zijn voor verwezenlijking vatbare pensioenaanspraken prijsgeeft, de pensioenaanspraak op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip als loon uit vroegere dienstbetrekking wordt aangemerkt. Het prijsgeven van pensioenaanspraken om reguliere belastingheffing geheel of gedeeltelijk te ontlopen wordt daarmee effectief voorkomen. Zijn er dwingende maatschappelijke redenen om af te zien van pensioen zoals bij voorbeeld het geval kan zijn bij faillissement, surséance van betaling en schuldsanering, dan vindt uiteraard heffing over de pensioenaanspraak niet plaats. Het prijsgeven betreft dan immers aanspraken die naar maatschappelijke overwegingen niet meer voor verwezenlijking vatbaar zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4e8632f551de984a836fc6e7f4144dd192dfb4f8971efd5f352a8afea9beab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4e8632f551de984a836fc6e7f4144dd192dfb4f8971efd5f352a8afea9beab, en de alinea staat in dat document op bytes 74415 tot 75425.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b4e8632f551de984a836fc6e7f4144dd192dfb4f8971efd5f352a8afea9beab | shasum -a 256