Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018

Onder 4.21 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1215.

Art. 11c, eerste lid, Wet LB 1964 (met ingang van 1 juni 1999: art. 19b) is gericht tegen de onregelmatige afwikkeling van pensioenrechten, VUT-rechten en loonstamrechten. Een van de door deze bepaling bestreken gevallen is het afzien van een pensioenaanspraak bij eigen beheer, behoudens voorzover de aanspraak niet voor verwezenlijking vatbaar is (onderdeel c van de bepaling). Het bijzondere van dit geval is dat de pensioenaanspraak is prijsgegeven om tegemoet te komen aan bezwaren van de andere aandeelhouders tegen de overdracht van het pensioenkapitaal. Kennelijk waren de gevolgen van de pensioentoezegging door belanghebbende aan Y in het verleden onvoldoende met de Duitse aandeelhouders besproken. Anders is hun opstelling niet te begrijpen. Maar hoe dit ook zij, een geval als het onderhavige was door de wetgever bij de invoering van genoemd art. 11c niet voorzien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4e8632f551de984a836fc6e7f4144dd192dfb4f8971efd5f352a8afea9beab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4e8632f551de984a836fc6e7f4144dd192dfb4f8971efd5f352a8afea9beab, en de alinea staat in dat document op bytes 99503 tot 100396.