Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018

Onder 5.23 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1215.

30. Dit leidt tot een tweeledige conclusie. In de eerste plaats is het ondenkbaar dat, als [X] in 2007 zijn nog resterende stamrechtaanspraken heeft prijsgegeven, de contante waarde daarvan hoger was dan het op dat moment nog resterende deel van het vermogen van de B.V. dat niet aan de overgenomen pensioenaanspraken was toe te rekenen. De Rechtbank heeft dit, in navolging van de inspecteur, wél gedaan. Immers: zij honoreert een '19b-grondslag' van € 355.588 daar waar de B.V. per eind 2006 activa had met een marktwaarde van € 245.133 die per eind 2007 nog slechts € 201.744 (82,3%) waard waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4e8632f551de984a836fc6e7f4144dd192dfb4f8971efd5f352a8afea9beab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4e8632f551de984a836fc6e7f4144dd192dfb4f8971efd5f352a8afea9beab, en de alinea staat in dat document op bytes 129940 tot 130572.