Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1218.

Art. 1019h Rv bepaalt ten aanzien van de proceskosten in IE-zaken dat de in het ongelijk gestelde partij desgevorderd wordt veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet . Onder de proceskosten in de zin van art. 1019h Rv vallen de advocaatkosten en kosten van deurwaarders, gemachtigden, onderzoekers en deskundigen, reis- en verblijfkosten en (bewijs)beslagkosten . De gevorderde kosten dienen zodanig tijdig te worden opgegeven en gespecificeerd dat de wederpartij zich daartegen naar behoren kan verweren . De rechter beslist vervolgens ambtshalve over de toewijsbaarheid van de gevorderde proceskosten .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8637fcdc58afef920cbad4ce2e9f7fedd6dd29565b0f4dab6c7c733b662270a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8637fcdc58afef920cbad4ce2e9f7fedd6dd29565b0f4dab6c7c733b662270a2, en de alinea staat in dat document op bytes 37287 tot 38281.