Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2018
Onder 2.6. Parket bij de Hoge Raad 2 november 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1221.
[verzoekster] lijkt zich in de derde grond van haar verweerschrift op voornoemd drieluik van de Hoge Raad te beroepen, door te stellen dat vanwege de statutaire vestigingsplaats van [A] in Nederland, [A] kort gezegd geen “vreemdeling” is als bedoeld in art. 224 lid 1 RV en van haar dus geen cautie kan worden verlangd. Die cautie kan dan “dus” ook niet worden verlangd van [verzoekster] , als bestuurder van [A] . Deze redenering gaat mijns inziens niet op. Voor toepassing van art. 224 Rv is beslissend de woonplaats of gewone verblijfplaats van de procespartij. In genoemd drieluik van de Hoge Raad was dat een vennootschap met statutaire zetel in Nederland. In de onderhavige procedure is dat [verzoekster] , zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland. In cassatie staat vast dat zij woonachtig is in de VAE. Dat zij bestuurder is van de statutair in Nederland gevestigde vennootschap [A] doet daar voor toepassing van art. 224 Rv niet aan af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47406842130a223b40bb1723c60a7f02676a73e96032ebf68c8237bdf5f02ec3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47406842130a223b40bb1723c60a7f02676a73e96032ebf68c8237bdf5f02ec3, en de alinea staat in dat document op bytes 19609 tot 20600.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47406842130a223b40bb1723c60a7f02676a73e96032ebf68c8237bdf5f02ec3 | shasum -a 256