Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2018
Onder 2.7. Parket bij de Hoge Raad 2 november 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1221.
Ik zie daarom aanleiding, in verband met de tweede grond van het verweerschrift zijdens [verzoekster] , nader in te gaan op de vraag of [verzoekster] is te scharen onder personen die bij de Nederlandse rechter “een vordering instellen of zich voegen of tussenkomen in een geding alhier”, als bedoeld in art. 224 lid 1 Rv. In het verweerschrift wordt opgemerkt dat [verzoekster] met het rechtsmiddel ex art. 10 Fw in verzet is gekomen tegen het vonnis tot faillietverklaring van [A] , waarna zij in hoger beroep is opgekomen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar verzet en vervolgens cassatieberoep heeft ingesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47406842130a223b40bb1723c60a7f02676a73e96032ebf68c8237bdf5f02ec3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47406842130a223b40bb1723c60a7f02676a73e96032ebf68c8237bdf5f02ec3, en de alinea staat in dat document op bytes 20680 tot 21320.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47406842130a223b40bb1723c60a7f02676a73e96032ebf68c8237bdf5f02ec3 | shasum -a 256