Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2018

Onder 2.14. Parket bij de Hoge Raad 2 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1221.

Over analogische toepassing van art. 224 Rv nog het volgende. In de literatuur wordt algemeen aangenomen dat ook in een verzoekschriftprocedure, met overeenkomstige toepassing van art. 224 Rv, om zekerheidstelling voor proceskosten kan worden gevraagd. Dat ligt ook besloten in voornoemd drieluik van de Hoge Raad. Mijns inziens zitten er wel grenzen aan analogische toepassing van art. 224 Rv. De curator lijkt zich in zijn incidentele verzoek tot zekerheidstelling voor de proceskosten te beroepen op het - in de woorden van De Pinto (nr. 2.3 hiervoor) - “vexatoire” karakter van het verzet van [verzoekster] . Wat daarvan verder zij, dat kan mijns inziens in dit geval geen grond vormen voor analogische toepassing van art. 224 Rv. In het algemeen kan niet worden gezegd dat het onrechtmatig is een procedure te starten of een rechtsmiddel in te stellen als de proceskosten niet worden voldaan. De lat voor misbruik van procesrecht ligt bepaald hoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47406842130a223b40bb1723c60a7f02676a73e96032ebf68c8237bdf5f02ec3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47406842130a223b40bb1723c60a7f02676a73e96032ebf68c8237bdf5f02ec3, en de alinea staat in dat document op bytes 26917 tot 28080.