Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2018

Onder 3.8. Parket bij de Hoge Raad 6 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1237.

De Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS) vormt de Nederlandse implementatie van onder meer het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Kaderbesluit 2008/947/JBZ. Deze Kaderbesluiten beogen de strafrechtelijke samenwerking tussen de lidstaten van de EU op het terrein van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen, voorwaardelijke en alternatieve straffen te intensiveren en vergemakkelijken. Daarbij staat met name de resocialisatiegedachte centraal. Een strafrechtelijk vonnis waarbij een vrijheidsbenemende of vrijheidsbeperkende sanctie is opgelegd in een lidstaat van de EU, kan aan een andere lidstaat van de EU worden gezonden, indien de veroordeelde onderdaan is van die andere lidstaat en/of aldaar zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft. Ontvangt een lidstaat een dergelijk vonnis, dan is deze in beginsel gehouden het vonnis overeenkomstig de bepalingen van de kaderbesluiten te erkennen en de opgelegde sanctie ten uitvoer te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09330f18b9ef60aa706c41e407e247e1446c3311eb02e536dbbbb90b82d91a8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09330f18b9ef60aa706c41e407e247e1446c3311eb02e536dbbbb90b82d91a8f, en de alinea staat in dat document op bytes 15675 tot 16943.