Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 november 2018

Onder 3.11. Parket bij de Hoge Raad 6 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1237.

Art. 3.19 WETS bepaalt vervolgens in welke gevallen die instemming niet is vereist, namelijk indien de veroordeelde in de uitvoerende lidstaat zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft en in die staat is teruggekeerd of wenst terug te keren. Wanneer sprake is van een geval als bedoeld in art. 3.19 WETS, is de uitvoerende lidstaat ingevolge art. 8 lid 1 van het Kaderbesluit verplicht de Nederlandse uitspraak te erkennen en ten uitvoer te leggen, tenzij die lidstaat besluit zich te beroepen op één van de in artikel 11 lid 1 Kaderbesluit (limitatief) genoemde gronden tot weigering. Art. 11 lid 1 Kaderbesluit luidt als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/09330f18b9ef60aa706c41e407e247e1446c3311eb02e536dbbbb90b82d91a8f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 09330f18b9ef60aa706c41e407e247e1446c3311eb02e536dbbbb90b82d91a8f, en de alinea staat in dat document op bytes 20738 tot 21445.