Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1273.
Hoewel art. 35 Wbp in de wandeling wordt aangeduid als ‘het inzagerecht’ geeft de tekst van deze bepaling de betrokkene niet rechtstreeks aanspraak op ‘inzage’ van dossiers of computerbestanden, noch rechtstreeks aanspraak op een afschrift, kopie of uitdraai daarvan. Naar de tekst stelt art. 35 Wbp twee eisen: (i) dat de informatie schriftelijk en (ii) in een begrijpelijke vorm wordt gegeven. Persoonsgegevens van de betrokkene kunnen zijn opgeslagen op een informatiedrager die ook persoonsgegevens van anderen bevat of gegevens waartoe het inzagerecht zich niet uitstrekt. Het is evenwel niet altijd praktisch uitvoerbaar om de op grond van art. 35 Wbp opgevraagde persoonsgegevens af te scheiden van de gegevens van anderen of van de drager waarop de informatie is vastgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1, en de alinea staat in dat document op bytes 39812 tot 40616.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1 | shasum -a 256