Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Onder 3.38 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1273.
“In de wetsgeschiedenis van de Wbp zijn geen aanknopingspunten te vinden voor de gedachte dat de onderhavige bevoegdheid niet zou kunnen worden misbruikt. Het recht van de betrokkene op inzage wordt weliswaar verondersteld (daarom behoeft ook geen reden voor het verzoek te worden opgegeven), maar deze veronderstelling zal hebben te wijken voor (door de verantwoordelijke te stellen en zo nodig te bewijzen) feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de onderhavige bevoegdheid wordt misbruikt in de zin van art. 3:13 BW. De onderhavige bevoegdheid kan dus worden misbruikt.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1, en de alinea staat in dat document op bytes 71918 tot 72511.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1 | shasum -a 256