Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1273.
Zie ik het goed, dan stellen de beide onderdelen een ‘alles-tenzij-benadering’ voor: de betrokkene zou ieder document waarin persoonsgegevens zijn weergegeven integraal in afschrift moeten ontvangen, tenzij de verantwoordelijke aantoont dat zich op een van de in art. 43 Wbp genoemde uitzonderingsgronden kan beroepen. Naar mijn mening vindt een dergelijke benadering geen steun in het recht. Ik acht het evenmin wenselijk dat het recht zich in die richting zou ontwikkelen. Dat laatste zou m.i. ook niet goed denkbaar zijn zonder daarover een prejudiciële vraag te stellen aan het HvJEU.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1, en de alinea staat in dat document op bytes 77768 tot 78409.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1 | shasum -a 256