Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018

Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1273.

Het oordeel kan anders uitvallen als voor het controleren van de juistheid van de persoonsgegevens en de rechtmatigheid van de verwerking meer contextuele informatie nodig is. In rov. 7, de eerste zin, overweegt het hof met zo veel woorden dat het doel van het inzagerecht is “ dat de betrokkene kan controleren of zijn persoonsgegevens juist en rechtmatig worden verwerkt .” Anders dan het onderdeel aanvoert, doet zich ook in die situatie niet zonder meer de noodzaak voor dat de betrokkene de mogelijkheid krijgt integraal van een stuk kennis te nemen. Of dat noodzakelijk is, zal afhangen van de omstandigheden van het concrete geval (zie hiervoor, 3.23 en 3.35). Het hof heeft dat niet miskend. Het heeft onderkend dat zich gevallen kunnen voordoen waarin betrokkene wél integraal kennis moet kunnen nemen van een document dat persoonsgegevens bevat. Dat laatste is “ in dit geval ” (te weten: het verzoek van [verzoeker] om het forensisch rapport integraal te ontvangen) niet noodzakelijk; zie rov. 12. Daarmee heeft het hof een juist, althans niet een onbegrijpelijk, oordeel gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1, en de alinea staat in dat document op bytes 84375 tot 85724.