Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Onder 4.36 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1273.
Toch faalt de klacht, in de eerste plaats om een formele reden: in punt 25 van het verzoekschrift in eerste aanleg, waar een beschrijving wordt gegeven van het document, wordt er niet op gewezen dat het document naar zijn aard is opgenomen “ in de systemen en interne controle van de instelling ”. De gedingstukken in hoger beroep bevatten op dit punt geen aanvulling. Het hof kan daarom niet worden verweten dit een en ander te hebben miskend. De tweede reden waarom de klacht faalt is een inhoudelijke reden: anders dan de klacht naar mijn indruk wil doen voorkomen kan niet ieder geautomatiseerd systeem binnen (de bedrijfsprocessen van) een bank worden aangemerkt als een ‘bestand’ in de zin van art. 1 onder c, Wbp. Bij dat kaatste moet het gaan om een bestand van persoonsgegevens dat bovendien betrekking moet hebben op verschillende personen. [verzoeker] heeft niets gesteld waaruit blijkt dat aan die voorwaarde is voldaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1, en de alinea staat in dat document op bytes 100447 tot 101532.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1 | shasum -a 256