Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Onder 5.6 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1273.
Hiervoor in 3.37 e.v. heb ik de rechtspraak over de aan een verzoek om inzage te stellen eisen weergegeven. Om de daar genoemde reden moet de in het onderdeel bepleite rechtsopvatting dat reeds sprake is van misbruik van recht als een verzoek om inzage ex art. 35 Wbp mede een ander belang kan dienen dan het kennisnemen van persoonsgegevens ten einde de juistheid en de rechtmatige verwerking ervan te controleren, als onjuist worden aangemerkt. De gedachte is nu juist dat betrokkene ‘vrijelijk en zonder beperking’ en zonder opgave van redenen een verzoek om inzage kan indienen. De door [verweerster] voorgestane benadering zou in de praktijk bovendien tot complexe discussies aanleiding kunnen geven over de al dan niet vermeende motieven van de aanvrager. Ik acht dat voor de rechtspraktijk onwenselijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1, en de alinea staat in dat document op bytes 107959 tot 108788.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1 | shasum -a 256