Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018

Onder 5.11 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1273.

Ik stel vast dat [verweerster] zich slechts summierlijk heeft beroepen op art. 43 onder e, Wbp en dat overigens alleen heeft gedaan ten aanzien van haar verzoek onder A (minus het forensisch rapport). In die omstandigheden valt niet in te zien dat het hof op de voet van art. 25 Rv rechtsgrond(en) had moeten aanvullen, nog daargelaten: welke rechtsgronden. [verweerster] maakt dat ook niet duidelijk. Verder blijkt zowel uit de wetsgeschiedenis als uit de rechtspraak dat voor een beroep op de uitzonderingsgrond van art. 43 onder e, Wbp de lat hoog ligt. Ik verwijs naar rov. 3.7 van de HBU -beschikking van 29 juni 2007

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1, en de alinea staat in dat document op bytes 112019 tot 112688.