Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1273.

“3.10. De rechtbank is van oordeel dat het onderhavige verzoek van [verzoeker] niet voldoet aan de doelstelling van de Wbp. Het is voldoende aannemelijk geworden dat [verzoeker] met zijn verzoek niet beoogt om zich van de juistheid en de rechtmatigheid van de verwerking van zijn persoonsgegevens te vergewissen. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat [verzoeker] het verzoek heeft gedaan met het doel stukken in handen te krijgen die hij in de onderliggende bodemprocedure tegen [verweerster] als bewijsmateriaal wil gebruiken. Dit blijkt overduidelijk uit het aanvullende verzoek van [verzoeker] waarin hij onder meer vraagt in het bezit te worden gesteld van alle documentatie waaruit blijkt dat [verweerster] op of omstreeks 19 september 2008 daadwerkelijk posities van [verzoeker] heeft gesloten. [verzoeker] maakt daarmee misbruik van zijn inzagerecht als bedoeld in artikel 35 Wbp.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4254a67f15b82ca5c7b54949a41fe405d381e6ef345fa77bf70e258d1c3da4c1, en de alinea staat in dat document op bytes 13773 tot 14712.