Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2018

Onder 4.2. Parket bij de Hoge Raad 15 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1291.

Het Hof heeft, in cassatie onbestreden, geoordeeld dat ervan moet worden uitgegaan dat op 19 augustus 1995 inderdaad een naheffingsaanslag is opgelegd. Deze naheffingsaanslag - die aanvankelijk niet ten name van een bepaalde belastingschuldige was gesteld - is blijkens de uiteindelijke tenaamstelling volgens het tot de stukken van het geding behorende “duplicaat” van het aanslagbiljet opgelegd aan A BV (hierna: de leasemaatschappij), die kennelijk ten tijde van het parkeren de houder was van het voertuig als bedoeld in artikel 3, lid 2, letter b, van de Verordening. Het op de voet van deze bepaling aanmerken van de leasemaatschappij als belastingschuldige, en het dienovereenkomstig aan haar opleggen van de naheffingsaanslag, is, naar het Hof terecht heeft geoordeeld (onderdeel 3.4 van zijn uitspraak) in overeenstemming met artikel 225, lid 5, van de Gemeentewet. Daarin is immers bepaald dat zolang geen voldoening van de in dat artikel in het eerste lid, letter a, bedoelde parkeerbelasting heeft plaatsgevonden, de houder van het voertuig wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5663c17d38b847b40bdaf704bd9fddd2fa65958d6dcdaa3ddc8e7876f6b513c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5663c17d38b847b40bdaf704bd9fddd2fa65958d6dcdaa3ddc8e7876f6b513c8, en de alinea staat in dat document op bytes 60953 tot 62085.