Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1295.

Volgens de rechtbank vormt de omstandigheid dat [eiser] is veroordeeld tot een gevangenisstraf een rechtvaardiging voor de inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer die inherent is aan detentie, ongeacht de aard van de instelling waar de detentie wordt ondergaan. Voor het antwoord op de vraag of de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer die door het EBI-regime ontstaat zodanig ernstig is dat als gevolg daarvan een aanspraak op vergoeding van immateriële schade ontstaat, moet volgens de rechtbank een vergelijking worden gemaakt tussen het EBI-regime dat voor [eiser] gold in de onrechtmatige periode en het GVM-regime dat nadien voor hem gold in de penitentiaire inrichting Leeuwarden (rov. 4.9.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed1032c01b0bcf0540f804588bd785e363f8ad274e006ba728832f69fd6412fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed1032c01b0bcf0540f804588bd785e363f8ad274e006ba728832f69fd6412fd, en de alinea staat in dat document op bytes 10983 tot 11698.