Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1295.

[eiser] is bij appeldagvaarding van 12 mei 2016 van het vonnis in hoger beroep gekomen. Hij heeft bij memorie van grieven één grief tegen het vonnis gericht. Deze grief bestrijdt het oordeel dat (1) niet is gebleken dat [eiser] schade heeft geleden die ontstaan is door en toe te schrijven is aan de onrechtmatige periode die hij in de EBI verbleef en (2) hij daarom geen aanspraak kan maken op een immateriële schadevergoeding. In de toelichting op deze grief heeft [eiser] onder meer een aantal verschillen tussen het EBI-regime en het GVM-regime nader toegelicht en geconcretiseerd welke gevolgen hij van het zwaardere EBI-regime heeft ondervonden. Zo heeft hij onder meer gesteld dat hij dagelijks tussen de vier en acht keer aan zijn kleding werd gefouilleerd en steeds voor en na transport, na het ontvangen van bezoek en op indicatie werd gevisiteerd. Ook werd hij dagelijks voorzien van handboeien. Verder heeft hij zijn kinderen niet kunnen zien, omdat hij hen niet wilde blootstellen aan de wijze van bezoek waarbij het bezoek van de gedetineerde door een glaswand wordt gescheiden. Dit alles is onder het GVM-regime niet of minder frequent het geval. [eiser] heeft verder nog gesteld dat hij zich door alle beperkingen onder het EBI-regime niet goed op zijn strafzaak heeft kunnen voorbereiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed1032c01b0bcf0540f804588bd785e363f8ad274e006ba728832f69fd6412fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed1032c01b0bcf0540f804588bd785e363f8ad274e006ba728832f69fd6412fd, en de alinea staat in dat document op bytes 13987 tot 15638.