Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1295.

Bij arrest van 4 juli 2017 heeft ook het hof Den Haag de vorderingen van [eiser] afgewezen. Het hof heeft, evenals de rechtbank, tot uitgangspunt genomen dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door [eiser] bijna een jaar langer in de EBI te laten verblijven dan was toegestaan (rov. 4.). Vervolgens heeft het hof vooropgesteld dat [eiser] op grond van art. 6:106, eerste lid, aanhef en sub b BW (hiervoor en hierna ook, kortweg, art. 6:106 lid 1 onder b BW) recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding indien hij ten gevolge van dat verblijf lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Het hof heeft daarna beoordeeld of een van die gronden zich voordoet. Het hof heeft eerst vastgesteld dat van lichamelijk letsel geen sprake is, omdat [eiser] zijn vordering ter zake van in de EBI opgelopen oogletsel heeft ingetrokken (rov. 5.) (hiervoor randnummer 2.2). Aantasting van eer of goede naam is niet gesteld en daarvan is volgens het hof ook geen sprake (rov. 5.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed1032c01b0bcf0540f804588bd785e363f8ad274e006ba728832f69fd6412fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed1032c01b0bcf0540f804588bd785e363f8ad274e006ba728832f69fd6412fd, en de alinea staat in dat document op bytes 15717 tot 16865.