Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1295.

Hoewel de uiteindelijk door mij getrokken conclusies het niet zonder de hierna volgende beschouwingen kunnen stellen en deze basis daarom moeilijk kan worden overgeslagen, kan ik voor degenen die liever meteen weten waar het heen gaat, alvast een tipje van de sluier oplichten en de volgende leeswijzer meegeven. Aan het slot van paragraaf 4. geef ik de Hoge Raad in overweging afstand te nemen van (de formulering van) het Blauw oog -arrest om in het kader van de aantasting in de persoon “op andere wijze” meer ruimte te bieden voor vergoeding van immateriële schade buiten de gevallen van geestelijk letsel dan tot nu toe lijkt te worden gedaan. In het verlengde daarvan kom ik in paragraaf 5. tot de slotsom dat het hof de vordering van [eiser] inderdaad niet had mogen afwijzen op de grond dat hij onvoldoende in beeld zou hebben gebracht welke gevolgen de normschending (onrechtmatige blootstelling aan het detentieregime van de EBI) voor hem heeft gehad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed1032c01b0bcf0540f804588bd785e363f8ad274e006ba728832f69fd6412fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed1032c01b0bcf0540f804588bd785e363f8ad274e006ba728832f69fd6412fd, en de alinea staat in dat document op bytes 37369 tot 38382.