Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 november 2018

Onder 4.6. Parket bij de Hoge Raad 27 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1307.

Ik merk op dat op grond van art. 38m, eerste lid, Sr de rechter in de daar genoemde gevallen op vordering van het openbaar ministerie de verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders kan opleggen. Op grond van art. 38n geldt die maatregel voor de tijd van ten hoogste twee jaren, te rekenen vanaf het moment van onherroepelijk worden van de uitspraak en kan de rechter bij het bepalen van de duur van de maatregel rekening houden met de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in onder meer verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Een verplichting voor de rechter om de tijd die de veroordeelde in voorarrest heeft gezeten in mindering te brengen op de opgelegde ISD-maatregel bestaat dus niet , zoals ook de stellers van het middel erkennen. De Hoge Raad heeft echter wel benadrukt dat gelet op het feit dat de rechter de mogelijkheid heeft om bij het bepalen van de duur van de maatregel geen rekening te houden met de preventieve hechtenis, de tijd tussen de inverzekeringstelling en de berechting zo kort mogelijk dient te zijn, zodat een zeer voortvarende behandeling en afdoening van de zaken, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, vereist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1971c0cff995d31ae0eaca44ebf5fb00551971578ba830d5c3635c857b379526. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1971c0cff995d31ae0eaca44ebf5fb00551971578ba830d5c3635c857b379526, en de alinea staat in dat document op bytes 35346 tot 36722.