Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1314.

Onderdeel 3 herhaalt de klacht van onderdeel 2, maar nu met het argument dat het verzoek om uitstel een bijzondere achtergrond had. Deze is gelegen in de godsdienstige overtuiging van de advocaat die de vrouw in hoger beroep bijstond. Volgens het middelonderdeel hield de weigering van het uitstel een beperking van de godsdienstvrijheid van deze advocaat in en had het hof daarom de in art. 9 lid 2 EVRM bedoelde proportionaliteitsafweging moeten maken. Ook had het hof, in verband met het beginsel van gelijke behandeling , rekening moeten houden met de sabbat. Dit brengt volgens de klacht mee dat een verzoek om uitstel op grond van godsdienstige bezwaren zorgvuldig moet worden getoetst. De vrouw stelt er belang bij te hebben dat de door haar gekozen advocaat haar belangen optimaal kan behartigen en dat rekening wordt gehouden met het recht van haar advocaat op zijn godsdienstvrijheid. De klacht houdt in dat het hof heeft verzuimd deze fundamentele beginselen toe te passen, althans heeft miskend dat in dit geval een grondiger onderzoek door de wrakingskamer geboden was. In concreto had de wrakingskamer niet mogen beslissen zonder de twee raadsheren nader te horen en de door de advocaat aangedragen onderbouwing van de weigering zorgvuldig te toetsen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3eb7347e83d1b43e4725197868a58d9c8663a595907d313abb53af794ae6765c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3eb7347e83d1b43e4725197868a58d9c8663a595907d313abb53af794ae6765c, en de alinea staat in dat document op bytes 15220 tot 16609.