Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2018

Onder 5.3 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1315.

“Eerste situatie: Er is sprake van een inkomensbestanddeel dat afkomstig is uit een van de landen en toevloeit aan een entiteit die in het andere land is gevestigd. Volgens de nationale wetgeving van het andere land wordt de entiteit als fiscaal transparant aangemerkt (d.w.z de entiteit wordt zelf niet in de belastingheffing betrokken). Het inkomensbestanddeel wordt gezien als inkomen van de participanten van de entiteit. Indien de deelnemers in de entiteit inwoner zijn van het andere land en voor dat inkomen in dat land in de belastingheffing worden betrokken, dient het bronland het verdrag toe te passen als ware het bestanddeel rechtstreeks aan de deelnemer in de entiteit uitgekeerd. Daarbij is niet van belang hoe het bronland de entiteit kwalificeert. Ook al zou de entiteit volgens de nationale wetgeving van het bronland als niet-fiscaal transparant worden aangemerkt, dan dient het bronland uit te gaan van de verdragsgerechtigdheid van de deelnemers.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/24d60f52fd35988647e0e218437aac3242064d7a22bb9dbb84abe86928f59dbb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 24d60f52fd35988647e0e218437aac3242064d7a22bb9dbb84abe86928f59dbb, en de alinea staat in dat document op bytes 81218 tot 82200.