Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2018

Onder 6.7 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:132.

19. Anders dan de Nederlandse regering betoogt, doet het er in dit verband weinig toe, dat de maat de verhuur van een lichamelijke zaak aan de maatschap waarvan hij deel uitmaakt, als enige activiteit heeft. Deze omstandigheid is immers niet van belang voor de beoordeling van de zelfstandigheid van de maat bij het verrichten van de betrokken economische activiteit in de zin van artikel 4, lid 1, van de Zesde richtlijn, en kan hooguit van invloed zijn op de vraag, of er wel sprake is van een economische activiteit in de zin van dit artikel. Zoals de verwijzende rechter opmerkt, volgt echter uit punt 22 van het arrest Enkler , reeds aangehaald, dat de verhuur van een lichamelijke zaak een exploitatie van die zaak is, die is aan te merken als economische activiteit in de zin van artikel 4, lid 2, van de Zesde richtlijn, wanneer zij erop gericht is duurzaam opbrengst te verkrijgen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfe478ec87f9747f7b9e422842e09be1743d0310e51ab9da4693b68fb2f84301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfe478ec87f9747f7b9e422842e09be1743d0310e51ab9da4693b68fb2f84301, en de alinea staat in dat document op bytes 74063 tot 75003.