Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2018
Onder 6.9 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:132.
“Ten aanzien van rechtspersonen is de communis opinio dat rechtspersonen in beginsel zelfstandig zijn. Ik meen dat ten aanzien van rechtspersonen als uitgangspunt heeft te gelden dat zij zelfstandig zijn. Op de eerste plaats lijkt deze opvatting te worden ondersteund door de tekst van art. 10 Btw-richtlijn (ex art. 4 lid 4 Zesde richtlijn). De begrippen “loontrekkenden”, “werkgever” en “arbeidsovereenkomst” duiden erop dat deze bepaling enkel ziet op natuurlijke personen. Op de tweede plaats lijkt het historisch gezien ook te zijn bedoeld dat zelfstandigheid slechts ziet op natuurlijke personen. Op de derde plaats vind ik ook het argument dat Van Zadelhoff ontleent aan Bijlage A bij de Tweede richtlijn valide. Uit de woorden “met name” en “voorts” die Bijlage A nr. 2 ad artikel 4 bij de Tweede richtlijn hanteert, valt op te maken dat het begrip “zelfstandig” niet ziet op rechtspersonen, met uitzondering van de fiscale eenheid. Bijlage A vermeldt in dit verband:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfe478ec87f9747f7b9e422842e09be1743d0310e51ab9da4693b68fb2f84301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfe478ec87f9747f7b9e422842e09be1743d0310e51ab9da4693b68fb2f84301, en de alinea staat in dat document op bytes 77116 tot 78130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfe478ec87f9747f7b9e422842e09be1743d0310e51ab9da4693b68fb2f84301 | shasum -a 256