Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2018

Onder 8.10 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:132.

Voor zover in belanghebbendes middelen gelezen moet worden dat zij (ook) een beroep doet op de (oude) rechtspraak over de (onbelaste) ‘eigen kring’ onder het vroegere cumulatieve Nederlandse omzetbelastingstelsel, meen ik dat dat beroep faalt. Er is geen sprake van een fiscale eenheid met de maatschap en ook de Tariefcommissie meende al dat het gegeven dat een dienst geleverd wordt tussen een maat en de eigen maatschap geenszins hoeft te betekenen dat het om een onbelaste ‘eigen kring’ gaat. Alsdan werd gekeken naar de aard van de bindingen tussen de leden van de kring en werd aan de hand van het karakter van de diensten beoordeeld of die ook in het economisch verkeer (op de markt) plaats konden vinden. Het in ’s Hofs arrest besloten liggende oordeel dat dat zo is in belanghebbendes geval, lijkt mij, gezien de aard en de zakelijke prijs van belanghebbendes diensten, geenszins onbegrijpelijk, mede gegeven dat ook een prestatie aan de maatschap voortvloeiend uit een vennotenplicht onder het oude Nederlandse stelsel belast kon zijn en ook houdsterdiensten belast kunnen zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfe478ec87f9747f7b9e422842e09be1743d0310e51ab9da4693b68fb2f84301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfe478ec87f9747f7b9e422842e09be1743d0310e51ab9da4693b68fb2f84301, en de alinea staat in dat document op bytes 129892 tot 131003.