Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2018

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:132.

De belanghebbende heeft ook gesteld dat voor haar hetzelfde moet gelden als voor de general partner ([B]) en dat de (vroegere) Raad van Beroep (RvB) - onherroepelijk - bij uitspraak van 1 september 2014 heeft vastgesteld dat de taken die [B] om niet vervult, bestaande uit het bestuur, het beleid en de administratie van [A], moeten worden aangemerkt als het beheer en de vertegenwoordiging van [A]. Deze taken, aldus de RvB, zijn inherent aan de vennootschappelijke inrichting van [A], zodat [B] te dier zake niet zelfstandig kan handelen en daarvoor dus geen ondernemer is. Volgens het Hof verschilt de belanghebbende echter van de GP omdat zij haar diensten als derde heeft verricht, terwijl de taken van [B] interne prestaties zijn die geacht worden niet in het economische verkeer te zijn verricht en die daarom niet aan de BBO zijn onderworpen. Het Hof zag a contrario steun voor deze opvatting in het genoemde arrest Heerma .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfe478ec87f9747f7b9e422842e09be1743d0310e51ab9da4693b68fb2f84301. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfe478ec87f9747f7b9e422842e09be1743d0310e51ab9da4693b68fb2f84301, en de alinea staat in dat document op bytes 30386 tot 31499.